Woekerpolis, de volgende ronde ingeluid door het Hof van Jusititie

0

Sinds bekend is dat het Hof van Justitie van de Europese Unie vandaag met langverwachte uitspraak zou komen in de kwestie over de beleggingspolis van Nationale-Nederlanden, is de spanning aardig opgelopen. Er bestonden hoge verwachtingen dat het Hof zou beschikken ten gunste van de verzekeringnemers met een woekerpolis. In het bijzonder de belangenbehartigers, die zich roeren in de claims rond het woekerpolis dossier, verkeerden in een jubelstemming, aangewakkerd door de conclusie van de Advocaat-Generaal (AG) Elenaor Sharpston van 12 juni 2014. 1)Conclusie AG – Zaak C51 /13 NN-Van Leeuwen – ECLI:EU:C:2014:1921

De AG stelde zich vorig jaar kritisch op over de complexiteit van de beleggingspolis van Nationale Nederlanden. Een kort zin met de mening van de AG in de conclusie is met name door verschillende belangenbehartigers aangehaald en in media tot mythische proporties uitvergroot.

“Eerlijk gezegd begrijp ik ook na raadpleging van het nationale dossier niet goed hoe de betrokken verzekering precies werkt”.

De conclusie ging aanmerkelijk verder dan deze frase, maar aan deze woorden ontleenden velen de verwachting dat Hof van Justitie in het voordeel van de verzekeringnemers zou beschikken, mede omdat het Hof doorgaans de conclusie van de AG volgt. Aan die illusie is vandaag een einde gekomen, maar daarmee is de kous allerminst af.

Onderliggend

In een lopende zaak tussen verzekeraar Nationale-Nederlanden en een verzekeringnemer heeft de Rechtbank Rotterdam aan het Hof van Justitie een prejudiciële vraag voorgelegd.

Het Hof van Justitie moest beoordelen of Nationale-Nederlanden de verzekerde, voorafgaand aan het sluiten van het verzekering, voldoende informatie heeft verstrekt. Hoewel Nationale-Nederlanden heeft voldaan aan de informatieplicht overeenkomstig de Derde Levensrichtlijn (92/96/EEG) stelde de verzekernemer dat Nationale Nederlanden de ongeschreven regels van het Nederlands recht, zoals de redelijkheid en billijkheid en de zorgplicht, heeft geschonden. Het Hof is gevraagd of het recht van de Unie, in het bijzonder artikel 31 van de derde levensrichtlijn, zich ertegen verzet dat verzekeraars worden verplicht meer informatie te verstrekken op grond van genoemde rechtsbeginselen.

Artikel 31, lid 3, van de derde levensrichtlijn bepaalt dat de lidstaat van de verbintenis van de verzekeringsondernemingen niet mag verlangen dat zij aanvullende gegevens naast de in bijlage II vermelde gegevens verstrekken, tenzij deze nodig zijn voor een goed begrip door de verzekeringnemer van de wezenlijke bestanddelen van de verbintenis die hij is aangegaan. Rond dit onderdeel concentreert zich de uitspraak van het Hof.

Arrest Hof

Het Hof is in haar arrest aanmerkelijk minder ver gegaan dan meningeen had verwacht naar aanleiding van de conclusie voornoemd. Het is een genuanceerde uitspraak, waarin vooral een kader is geschetst binnen welke marges de markt dient te opereren en welke voorwaarden gelden als een lidstaat tot een nadere inkleuring in nationale wetgeving komt. Kort samengevat heeft het Hof van Justitie geconcludeerd dat de derde levensrichtlijn een handreiking is voor de minimumvoorschriften waaraan consumenteninformatie dient te voldoen. Uitgangspunt is dat de consument duidelijke en nauwkeurige informatie ontvangt over de wezenlijke kenmerken van de hem aangeboden verzekeringsproducten. De lidstaten kunnen levensverzekeringsmaatschappijen verplichten, de cliënt ook andere dan de in de richtlijn opgesomde informatie te verstrekken. De verzekeraar moet wel met een voldoende mate van voorspelbaarheid kunnen vaststellen welke aanvullende informatie hij dient te verstrekken.

Het Hof laat zich niet uit over de vraag of in deze voldaan is aan de minimumvoorschriften van artikel 31 van de levensrichtlijn maar legt de bal volledig bij de nationale rechter. 2)Arrest Hof van Justitie – Zaak C51 /13 Nationale_Nederlanden-Van Leeuwen – ECLI:EU:C:2015:286

Het Hof overweegt daartoe onder meer:

33     Het is hoe dan ook aan de verwijzende rechterlijke instantie om te beoordelen of de in het hoofdgeding aan de orde zijnde „open en/of ongeschreven regels” aan de vereisten van artikel 31, lid 3, van de derde levensrichtlijn voldoen.

34      Op de eerste vraag moet bijgevolg worden geantwoord dat artikel 31, lid 3, van de derde levensrichtlijn aldus moet worden uitgelegd dat het niet eraan in de weg staat dat een verzekeringnemer op grond van algemene beginselen van intern recht, zoals de in het hoofdgeding aan de orde zijnde „open en/of ongeschreven regels”, gehouden is de verzekeraar bepaalde informatie te verstrekken in aanvulling op die vermeld in bijlage II bij die richtlijn, mits – het is aan de verwijzende rechterlijke instantie om dit te verifiëren – de verlangde informatie duidelijk en nauwkeurig is en noodzakelijk voor een goed begrip door de verzekeringnemer van de wezenlijke bestanddelen van de verbintenis en zij voldoende rechtszekerheid waarborgt.

Aldus blijft het antwoord ongewis op de vraag hoe de rechter met deze uitspraak om zal gaan. In ieder geval is duidelijk dat hiermee het dossier rond de woekerpolis nog altijd niet kan worden gesloten. Allerminst is duidelijk waar alle betrokken partijen  aan toe zijn.

Afgehandeld

Aanbieders van woekerpolissen doen er verstandig aan om het effect van dit arrest goed door te laten dringen en eens stil te staan bij de duurzaamheid van hun strategie. Tot zover is die vooral gericht op verdelen en heersen. Er ligt een regeling, die wordt aangeboden; Is een klant het niet met een voorstel eens, dan moet hij daar maar op reageren. Iedere klager wordt afzonderlijk beoordeeld op de feiten en omstandigheden van het individueel geval. Het is vooral deze toon die de muziek maakt.

Met het vandaag gewezen arrest kunnen verzekeraars allerminst achterover leunen. Met spanning wordt uitgekeken naar het vervolg en de wijze waarop de nationale rechter aan het arrest invulling zal geven. De onrust in de markt en de schandalen zijn er ondertussen niet minder op geworden. Het arrest is een voedingsbodem voor nieuwe claims en partijen die opkomen voor het consumentenbelang. De claims kunnen nog jarenlang voortduren. Er liggen ook kansen om een statement af te geven.

Als verzekeraars schoon schip willen maken, is het zaak om ook de koers te veranderen, transparanter te opereren rondom de afhandeling van de claims en meer te anticiperen. Hoe meer vaart met de afwikkeling wordt gemaakt en eerder een vinkje “afgehandeld” op het hele dossier kan worden geplaatst, hoe sneller de rust terugkeert. Verzekeraars mogen dan alle registers open trekken en nieuwe producten lanceren die wel transparant zijn, zolang het probleem van de woekerpolis niet is opgelost en het vertrouwen ontbreekt, is de wil om die producten af te nemen ver te zoeken. Daarvoor is echt een andere houding vereist en zal in de communicatie veel moeten veranderen.

Voetnoten   [ + ]

1. Conclusie AG – Zaak C51 /13 NN-Van Leeuwen – ECLI:EU:C:2014:1921
2. Arrest Hof van Justitie – Zaak C51 /13 Nationale_Nederlanden-Van Leeuwen – ECLI:EU:C:2015:286
Deel via:

Over de AUTEUR

Edward Lich

Ondernemer | interim-jurist en manager | focus op legal managment en commerciële contracten | Netwerker en verbinder | Geïnteresseerd in technologische ontwikkelingen en de praktisch toepassing |Volgt trends

Reageren is niet mogelijk.