SER Fusiegedragsregels zijn aangepast

0

In aanvulling op de al bestaande fusiecontrole van de Autoriteit Consument en Markt en de sectorspecifieke fusietoets van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) geldt er sinds oktober 2015 voor onder meer ziekenhuizen en thuiszorgorganisaties een nieuwe meldingsplicht bij fusies.

Per 1 oktober 2015 traden namelijk de vernieuwde Fusiegedragsregels van de Sociaal Economische Raad (SER) in werking. De SER Fusiegedragsregels beschermen de belangen van werknemers bij fusies. Tot 1 oktober jl. golden ze alleen voor de profit-sector, sinds 1 oktober gelden ze ook voor “ondernemende organisaties” binnen de overheid, de vrije beroepen en meer in het algemeen de non-profitsector – waaronder ziekenhuizen en thuiszorgorganisaties. Bepalend is of de organisatie opereert op een markt en bedrijfsmatig is georganiseerd. Dit is ook begrijpelijk. Het onderscheid tussen profit en non-profit wordt steeds kleiner. Verder is al  eerder is geoordeeld dat zorgaanbieders ondernemingen zijn die onder de regels van de Mededingingswet vallen.

De regels verplichten tot kennisgeving, informatie en overleg

De Fusiegedragsregels zijn van toepassing op ondernemingen waar in de regel door meer dan 50 personen arbeid wordt verricht. De regels bepalen dat bij de fusie betrokken partijen de SER en verenigingen van werknemers moeten informeren over fusieplannen. Dat moet plaatsvinden  voordat daarover een openbare mededeling is gedaan. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als de directie tijdens een personeelsbijeenkomst iets verteld over de fusieplannen of als daarover binnen het bedrijf een mailtje wordt gestuurd.

Deze werknemersverenigingen moeten vragen over kunnen stellen, informatie krijgen en hun mening kunnen geven. Het gaat bijvoorbeeld om informatie over motieven en de sociale, economische en juridische gevolgen van de fusie. Dit moet gebeuren op een zodanige wijze (en moment) dat dit oordeel van wezenlijke invloed kan zijn op het al dan niet tot stand komen van de fusie en de modaliteiten ervan. Verder moet het oordeel aan de betrokken ondernemingsraden worden gegeven, opdat zij dat kunnen betrekken bij hun adviesrecht.

Bij schending van de regels kan een vereniging (of fusiepartner) een klacht indienen bij de Geschillencommissie Fusiegedragsregels. Het besluit van de geschillencommissie is in beginsel openbaar. Het gaat gepaard met een persbericht waarin de organisatie met naam en toenaam wordt genoemd. Een vorm van ‘naming and shaming’ zoals toezichthouders soms doen. Bij problemen kunnen partijen de commissie vragen te bemiddelen. De nieuwe regels geven de commissie namelijk een rol als mediator.

De regels gelden niet voor iedereen – zelfregulering

De Fusiegedragsregels werden in de jaren zeventig opgesteld om de belangen van werknemers beter te borgen. De werkgevers en werknemers kozen voor zelfregulering, onder meer omdat een wettelijk traject veel langer zou duren. Een wettelijke regeling vormt de stok achter de deur.

De modernisering is te begrijpen maar de administratieve lasten stijgen

Bij de wijziging zijn de Fusiegedragsregels gemoderniseerd. Zo is de definitie van werknemers verbreed naar uitzendkrachten en bepaalde categorieën zzp’ers. Hierdoor worden ook de belangen van andere groepen dan traditionele werknemers geborgd. De modernisering is te begrijpen. Ook is de uitbreiding van het bereik van de Fusiegedragsregels naar non-profit organisaties logisch. Het is echter niet duidelijk hoe de fusiegedragsregels zich verhouden tot de sectorspecifieke fusietoets van de NZa. Immers, bij deze toets beoordeelt de NZa ook of en hoe de belangen van werknemers zijn meegenomen in de besluitvorming[1]. Helaas stijgen daardoor, ondanks vele goede initiatieven op dit vlak, de administratieve lasten in de zorg.

[1] Zie ook Juridisch Actueel Zorgspecifieke fusietoets.

Deel via:

Over de AUTEUR

Monique Ravoo

Adviseur en Interim Manager (Juridisch) advies en implementatie. Juridische zorg op maat voor organisaties in de zorg- of welzijnsector.

Reageren is niet mogelijk.