Rabobank niet vervolgd voor Libor schandaal, een gemiste kans voor het OM

0

Het Gerechtshof Den Haag heeft vandaag een klacht van klanten van de Rabobank in een zogenaamde artikel 12 strafvorderingsprocedure afgewezen. Het gerechtshof bevestigd dat de Rabobank fout heeft gehandeld in het Libor-schandaal, maar ziet geen reden voor verdere rechtsvervolging. Dit oordeel staat los van de vervolging van individuele medewerkers die bij het Libor-schandaal zijn betrokken. Voor zover die medewerkers niet al worden vervolgd, is het de vraag of vervolging van andere betrokkenen door de Nederlandse strafrechter mogelijk is. [1]

Aan banken mag het verwijt worden gemaakt dat ze slecht communiceren; het Openbaar Ministerie (OM) en het gerechtshof gaat wat dat betreft ook niet vrijuit. Een gemiste kans.

Achtergrond

Medewerkers van de Rabobank zouden in de periode 2005 tot en met 2010 frauduleuze handelingen hebben gepleegd, door, voor eigen gewin, wereldwijd bepalende rentetarieven onder de naam Libor en Euribor te manipuleren. Een aantal klanten van Rabobank houden die medewerkers, hun leidinggevenden, de Raad van Bestuur en de bank zelf strafrechtelijk aansprakelijk voor het uit eigen gewin manipuleren van de rentetarieven. Ze voelen zich als klant met aan rente gekoppelde financiële producten daardoor benadeeld. Klagers maken bezwaar tegen de manier waarop het OM de zaak heeft afgedaan.

Vanwege het uitblijven van vervolging in de Libor-kwestie hebben in 2014 een aantal particuliere klanten van de Rabobank een klacht ingediend tegen het Openbaar Ministerie. Rabobank betaalde in 2013 al ruim 770 miljoen euro om de kwestie te schikken met toezichthouders in het binnen- en buitenland. Het OM zag daarop af van strafvervolging van Rabobank, de bankbestuurders en de betrokken medewerkers die nog bij de bank werken.

Het gerechtshof is het met klagers eens dat de rechtsorde en voor de financiële markt en alle deelnemers zo noodzakelijke rust en vertrouwen ernstig zijn geschaad. Dergelijke wereldwijd ingrijpende en schokkende malversaties in de financiële markt hadden aan de strafrechter moeten worden voorgelegd. Strafvervolging zou dus zijn aangewezen.

Om een aantal redenen geeft het hof echter niet het verlangde bevel tot vervolging. Ook nader strafrechtelijk onderzoek kan achterwegen blijven. Het hof geeft daarvoor – samengevat – de volgende redenen:

  1. Volgens het gerechtshof is de Rabobank als organisatie voor de internationale Libor-rentemanipulaties verantwoordelijk en strafbaar. Gelet op de aan de Rabobank wereldwijd opgelegde en betaalde boetes van in totaal 774 miljoen euro, waarvan 70 miljoen euro aan het OM, vindt het hof dat voorleggen aan de strafrechter nu geen toevoegde waarde meer heeft. Ook de strafrechter kan aan de organisatie niet veel anders dan een boete opleggen.

  2. Het hof oordeelt dat de toenmalige bestuurders van de Rabobank niet alert zijn geweest en dat naar de normen van de financiële toezichthouders bezien waarschijnlijk kritiek op zijn plaats is, maar dat naar de normen van het strafrecht gemeten niet kan worden vastgesteld dat deze bestuurders opzettelijk en uit eigen gewin of ernstig nalatig hebben gehandeld. Zij worden daarom niet vervolgd.

  3. Betrokken ex-medewerkers die in het buitenland worden vervolgd voor deze feiten kunnen niet ook in Nederland voor dezelfde feiten worden vervolgd. Over andere ex-medewerkers heeft het OM nog geen sepotbesluit genomen, zodat een klacht over niet vervolging van deze betrokkenen niet ontvankelijk is.

  4. Betrokken medewerkers die nog wel voor Rabobank werken, zouden volgens het hof vervolgd moeten worden vanwege de ernst van de verdenkingen en de daarmee in onduidelijke verhouding staande opgelegde interne maatregelen. Strafvervolging op basis van het opgebouwde dossier is echter niet mogelijk. Dit heeft te maken met het feit dat er internationaal is samengewerkt tussen opsporingsautoriteiten en toezichthouders, waarbij niet altijd is voldaan aan de eisen van het strafprocesrecht met betrekking tot de vergaring van bewijsmateriaal. Een nieuw zuiver strafrechtelijk onderzoek is niet goed denkbaar nu zoveel essentiële gegevens en verklaringen al zijn vastgelegd en in brede kring bekend.

Vertrouwen

Juridisch is het besluit en deze uitspraak misschien goed te duiden, maar daarmee geeft wordt geen antwoord gegeven op de maatschappelijke onvrede. Het OM verzuimt om uit te leggen waarom een frauderende bijstandsgerechtigde wel wordt vervolgd naast de boetes die hij krijgt opgelegd, maar een bank niet. Het gerechtshof pakt dat stokje ook niet op. Als wordt erkend dat de Rabobank strafrechtelijk vervolgd zou moeten worden, waarom verzuimt het gerechtshof dan om direct goed uit te leggen wat de functies van het strafrecht zijn en waarom – in dat licht – de bank niet wordt vervolgd? Enkel de conclusie dat een extra boete niets toevoegt en uiting geven aan de onmacht van het OM in verband met het strafrechtelijk ne bis in idem beginsel,  geeft geen antwoord op de vraag voornoemd.

Het is niet aan de rechtspraak om vertrouwen in de financiële markten te herstellen, maar wel om een bijdrage te leveren aan het vertrouwen in de rechtstaat. Burgers uiten vaak al onvrede over het nut en de effectiviteit van het strafrecht. Pak die kans om uit te leggen wat je als OM doet als daartoe een gelegenheid wordt geboden in een zaak die maatschappelijk juist tot zoveel beroering heeft geleid.

[1] Gerechtshof Den Haag 19 mei 2015 ECLI:NL:GHDHA:2015:1204

Deel via:

Over de AUTEUR

Edward Lich

Ondernemer | interim-jurist en manager | focus op legal managment en commerciële contracten | Netwerker en verbinder | Geïnteresseerd in technologische ontwikkelingen en de praktisch toepassing |Volgt trends

Reageren is niet mogelijk.