Opmerkelijke prejudiciële beslissing Hoge Raad inzake wettelijke rente

0

Op 1 mei jongstleden heeft de Hoge Raad in een prejudiciële procedure een opmerkelijk uitspraak gedaan met betrekking tot de vraag wat de ingangsdatum van de wettelijke rente is over de door een aanbieder van effectenleaseovereenkomst aan een afnemer te vergoeden inleg. 1)ECLI:NL:HR:2015:1198 Is dat de dag van de beëindiging van de effectenleaseovereenkomst of de dag van betaling van elk gedeelte van de inleg?

In dit specifieke geval gaat het om een beëindigde effectenleaseovereenkomst van Dexia. De afnemer heeft voorafgaand aan de beëindiging termijnbetalingen en aflossingen uit hoofde van die effectenleaseovereenkomst(en) betaald. De afnemer vordert van Dexia vergoeding van zijn schade op grond van de onrechtmatige daad. Tot zover was het gangbaar dat de vergoeding van schade als gevolg van een onrechtmatige daad en de wettelijke rente daarover werd berekend bij het eind van de effectenleaseovereenkomst. Zo luidt ook het advies van de Procureur-Generaal (P-G) bij de Hoge Raad. De Hoge Raad volgt een andere koers.

Conclusie P-G

De conclusie van de P-G tot beantwoording van de prejudiciële vraag was in lijn met een door het hof Amsterdam gewezen arrest van 1 december 2009. 2)ECLI:NL:PHR:2015:149

De ingangsdatum van de wettelijke rente over de door de aanbieder van effectenleaseovereenkomsten aan de afnemer te vergoeden inleg (termijnbetalingen en eventuele aflossingen (minus dividenduitkeringen)) die de afnemer voorafgaande aan de beëindiging van de effectenleaseovereenkomst(en) uit hoofde van de effectenleaseovereenkomsten heeft betaald, is de datum van beëindiging van de effectenleaseovereenkomst(en).

Dexia

Dexia haalde in de onderliggende zaak het arrest van het hof Amsterdam van 1 december 2009 aan en stelde dat de wettelijke rente over de betaalde inleg pas is verschuldigd op het moment dat een opeisbare verbintenis tot schadevergoeding is ontstaan, zijnde de dag waarop de effectenlease-overeenkomsten zijn geëindigd. Dan pas blijkt dat de afnemer schade heeft geleden tot vergoeding waarvan Dexia is gehouden.

Dexia heeft verder nog aangevoerd dat de door afnemer voorgestelde wijze van schadeberekening in de praktijk omslachtig, tijdrovend en dus kostbaar is, en dat het veel eenvoudiger is om de wettelijke rente over het per beëindigingsdatum te betalen saldo te berekenen. Dit weegt volgens Dexia extra zwaar omdat het gaat om (zeer) talrijke gevallen.

Afnemer

De afnemer heeft een geheel andere visie. Hij stelt dat Dexia voorafgaand aan het aangaan van de overeenkomsten de op haar rustende zorgplicht heeft geschonden en daarmee onrechtmatig jegens afnemer heeft gehandeld. Zonder dat tekortschieten van Dexia in haar zorgplicht zou afnemer de effectenlease-overeenkomsten niet hebben gesloten. In dat geval zou afnemer geen schade hebben geleden in de vorm van de betaalde inleg. De vordering tot schadevergoeding is opeisbaar geworden op het moment waarop de schade wordt geleden. Volgens de afnemer zijn dat de dagen waarop hij de respectieve betalingen heeft betaald. De te vergoeden schade bestaat, aldus advocaat van de afnemer daarom tevens uit de wettelijke rente over de betaalde inleg over de tijd dat Dexia met de voldoening daarvan in verzuim is.

Hoge Raad

De Hoge Raad volgt de conclusie van de PG niet. Kort samengevat, concludeert de Hoge Raad dat de peildatum van de renteberekening over een vordering tot vergoeding van schade als gevolg van een onrechtmatige daad niet afhankelijk is van het moment waarop de schade daadwerkelijk kan worden berekend. Weliswaar kan pas op de datum waarop een overeenkomst is geëindigd worden beoordeeld welk voordeel een afnemer heeft genoten van een overeenkomst en wat het effect is van de mate van eigen schuld op de hoogte van de schade, maar dat staat los van de berekening van de wettelijke rente. Als vaststaat dat er schade is geleden dan dient die schade te worden berekend vanaf het moment dat deze is geleden. Dat betekent dat de wettelijke rente telkens verschuldigd wordt vanaf het moment waarop een schadepost ontstaat. Daaraan doet niet af dat de effectenleaseovereenkomsten pas op een latere datum zijn geëindigd. De Hoge Raad baseert zich hierbij op de parlementaire geschiedenis.

 “3.3.2

Ingevolge art. 6:119 lid 1 BW is Dexia wettelijke rente verschuldigd over de door haar aan [verweerder]te betalen schadevergoeding gedurende de tijd dat zij met de voldoening daarvan in verzuim is geweest. Nu de verbintenis tot schadevergoeding voortvloeit uit een door Dexia gepleegde onrechtmatige daad, was zij met de voldoening daarvan op grond van art. 6:83, aanhef en onder b, BW zonder ingebrekestelling in verzuim vanaf het moment waarop de schade werd geleden.

3.3.3

De wettelijke rente is telkens verschuldigd vanaf elk moment waarop schade wordt geleden. Voor de onderhavige inleg, bestaande uit termijnbetalingen en eventuele aflossingen, betekent dat de wettelijke rente over elk betaald gedeelte van de inleg verschuldigd wordt vanaf de dag van betaling van het desbetreffende gedeelte.

3.4.1

Dexia heeft op zichzelf terecht aangevoerd dat het enkele feit dat zij onrechtmatig tegenover [verweerder]heeft gehandeld, nog niet meebrengt dat zij tegenover hem daadwerkelijk schadeplichtig is geworden. De mogelijkheid bestaat immers in het algemeen dat de benadeelde, naast schade als gevolg van deze onrechtmatige daad, tevens uit dezelfde of uit andere soortgelijke transacties voordeel heeft verkregen, welk voordeel op de voet van art. 6:100 BW bij de vaststelling van de te vergoeden schade in rekening moet worden gebracht (zie HR 29 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP4012, NJ 2013/40 ([C]/Dexia)).

Anders dan Dexia voorstaat, volgt hieruit echter niet dat als peildatum voor de renteberekening over een eventueel resterende vordering tot schadevergoeding van [verweerder]de datum heeft te gelden waarop de effectenleaseovereenkomsten zijn geëindigd. Op zichzelf is juist dat pas na beëindiging van die overeenkomsten – indien daartoe aanleiding is: mede met toepassing van de art. 6:100 BW (voordeelstoerekening) en 6:101 BW (eigen schuld) – kan worden vastgesteld of schade is geleden en, zo ja, de eventuele schade van de afnemer kan worden berekend. Maar indien de rechter met inachtneming van het hiervoor overwogene uiteindelijk tot het oordeel komt dat de afnemer van het desbetreffende product schade heeft geleden, dient deze schade te worden berekend vanaf het moment dat deze is geleden. Dat betekent dat de wettelijke rente telkens verschuldigd wordt vanaf het moment waarop een schadepost ontstaat (vgl. de MvA II bij art. 6:119 BW, Parl. Gesch. Boek 6, p. 475). Daaraan doet niet af dat de effectenleaseovereenkomsten pas op een latere datum zijn geëindigd.”

De praktische bezwaren van Dexia tegen de door afnemer voorgestelde wijze van schadeberekening worden door de Hoge Raad ter zijde geschoven. De vraag is nu hoe Dexia hierop zal reageren en welke consequenties eraan verbonden zullen worden in andere zaken waar het gaat termijnbetalingen en gevorderde vergoeding van schade op grond van onrechtmatige daad. Dit speelt in het bijzonder bij de zorgplichtclaims die banken treffen.

Voetnoten   [ + ]

Deel via:

Over de AUTEUR

Edward Lich

Ondernemer | interim-jurist en manager | focus op legal managment en commerciële contracten | Netwerker en verbinder | Geïnteresseerd in technologische ontwikkelingen en de praktisch toepassing |Volgt trends

Reageren is niet mogelijk.