Non-concurrentiebeding bij aandelenoverdracht in strijd met het kartelverbod?

0

Op 1 april 2014 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een arrest gewezen waarbij de vraag centraal stond of een non-concurrentiebeding voor vijf jaar, opgenomen in een vaststellingsovereenkomst aangaande de verkoop van aandelen, in strijd is met het kartelverbod. Twee partijen hielden ieder 50% van de aandelen in een vennootschap en waren tevens statutair bestuurder. Eén partij ging 100% houden en in de vaststellingsovereenkomst waarin deze overname werd vastgelegd, was tevens een non-concurrentiebeding opgenomen. Eiser stelde dat dit non-concurrentiebeding was geschonden door gedaagde, aangezien er concurrerende werkzaamheden zijn uitgevoerd.

Het Gerechtshof stelt vast dat het in casu gaat om concurrentiebeperkende afspraken, die zijn gemaakt in het kader van de overname van aandelen in de vennootschap. Dergelijke afspraken zijn niet verboden indien zij rechtstreeks verband houden met en noodzakelijk zijn voor de totstandkoming van een concentratie als bedoeld in de EG-concentratieverordening. Het Gerechtshof stelt vast dat er sprake is van concentratie.

In het mededingingsrecht wordt onderkend dat in het kader van concentraties mededingingsbeperkende afspraken moeten worden gemaakt om de goodwill van de verkochte onderneming gedurende een zekere periode te beschermen. Kopers zijn vaak niet bereid zonder dergelijke afspraken een onderneming te kopen. Ter beoordeling van de toelaatbaarheid van deze afspraken worden de randvoorwaarden zoals uiteengezet door de Europese Commissie in de bekendmaking betreffende nevenrestricties gehanteerd. Bij de beoordeling daarvan dient rekening te worden gehouden met:
• de duur: in beginsel is drie jaar toegestaan wanneer de overdracht van de onderneming zowel de overdracht van goodwill als knowhow omvat en twee jaar als het uitsluitend goodwill betreft;
• het geografische toepassingsgebied: in beginsel alleen waar de onderneming actief is, en
• de (materiële en personele) reikwijdte.

Volgens het Gerechtshof was in dit geval een langere duur dan drie jaar gerechtvaardigd, omdat sprake was van uitzonderlijke omstandigheden. De vertrekkende aandeelhouder was tot vlak voor de overname enig bestuurder en had jarenlang alle contacten met de klanten onderhouden. Daarnaast bestond het vermoeden dat de vertrekkende aandeelhouder concurrerende activiteiten aan het opzetten was. Verder was van belang dat er sprake was van een hoge graad van klantentrouw en een lange levensduur van de producten. Ook het gegeven dat de vertrekkende aandeelhouder de vennootschap jarenlang alleen heeft geleid en beschikt over alle specifieke kennis over de in- en verkoopkanalen van de vennootschap en de markt waarop de vennootschap actief is, draagt daaraan bij. Tevens woog mee dat de knowhow in deze branche niet spoedig veroudert en dus niet snel haar waarde verliest. De duur van vijf jaar was volgens het Gerechtshof dan ook nog net te billijken.

Het volledige arrest is hier te lezen: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 1 april 2014, 1)ECLI:NL:GHARL:2014:2590

Voetnoten   [ + ]

1. ECLI:NL:GHARL:2014:2590
Deel via:

Over de AUTEUR

Jean-Jacques Budé

Advocaat / corporate law / mergers & acquisitions / private equity / joint ventures / corporate litigation. - Gedreven / sportief / eigenzinnig / wijn / creatief / inspirerend / trotse vader / ondernemer / eten / voetbal / OK / innovatie / Grotius / kennis / M&A / onverschrokken / enthousiast / levensgenieter

Reageren is niet mogelijk.