Nieuw Aanbestedingswet per 1 juli 2016 in werking

0

De nieuwe Aanbestedingswet is per 1 juli 2016 in werking getreden. Dat betekent dat nieuwe aanbestedingen vanaf deze datum plaats moeten vinden op basis van deze nieuwe wet. Aangezien de nieuwe wet eigenlijk een aanpassing is van de reeds bestaande wet, heet de nieuwe wet enigszins verwarrend nog steeds de Aanbestedingswet 2012.

De nieuwe Aanbestedingswet is noodzakelijk geworden omdat de EU een aantal nieuwe aanbestedingsrichtlijnen had opgesteld.[1] Alle lidstaten moesten deze richtlijnen voor 18 april 2016 implementeren (omzetten in nationale regelgeving). Nederland heeft deze termijn dus net niet gehaald.

Welke regelgeving treedt in werking?

Hierboven is gesteld dat op 1 juli 2016 de nieuwe Aanbestedingswet in werking is getreden. Dat is natuurlijk juist, maar niet het hele verhaal. Want naast de Aanbestedingswet zijn nog diverse andere regelgevingsdocumenten in werking getreden. Dat betreft het Aanbestedingsbesluit (waarin een aantal bepalingen van de Aanbestedingswet nader is uitgewerkt), het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (het elektronische standaardformulier waarin de deelnemende onderneming een zelfverklaring invult over zijn financiële toestand, zijn bekwaamheid en geschiktheid), de Gids Proportionaliteit (waarin uiteen is gezet hoe de aanbestedende dienst het beginsel van proportionaliteit daadwerkelijk moet toepassen) en het Aanbestedingsreglement werken 2016 (ARW 2016) (waarin uitgeschreven is hoe de procedures voor de aanbesteding van werken plaats kunnen vinden). De Gids Proportionaliteit en ARW 2016 zijn richtsnoeren en niet juridisch bindend.

Wat houdt de nieuwe Aanbestedingswet in?

Het is niet goed mogelijk om alle wijzigingen te bespreken, laat staan om daar uitgebreid op in te gaan. Daarom geef ik slechts een korte opsomming van de belangrijkste veranderingen. Ondernemers die meedoen met een aanbesteding en de aanbestedende diensten doen er goed aan om de nieuwe regelgeving nauwkeurig te bestuderen.

De bedoeling van de wijzigingen is om de aanbestedingsprocedures wat flexibeler en doeltreffender te maken. Ook zou bij aanbestedingen beter rekening gehouden kunnen worden met duurzaamheid en innovatie, publiek-private samenwerking en sociale doelstellingen. Daarnaast komt er één regime voor concessies van werken en diensten.

De belangrijkste wijzigingen zijn:

  • Afschaffen van 2B-diensten
  • Uitbreiding van sociale en andere specifieke diensten (met een deel van de oude 2B diensten)
  • Concessieopdrachten voor diensten
  • Nieuwe procedure voor innovatieve diensten (Innovatiepartnerschap)
  • Opnemen van marktconsultatie
  • Nieuwe inhoud overkoepelend gunningscriterium emvi (= economisch meest voordelige inschrijving)
  • Verplichte elektronische aanbestedingen per 1 juli 2017

Een korte uitwerking van enige ingrijpende vernieuwingen lijkt op zijn plaats:

Nieuw gunningscriterium

Onder de oude Aanbestedingswet waren er twee gunningscriteria waaruit een aanbestedende dienst moest kiezen, namelijk emvi (het standaard gunningscriterium) en de laagste prijs (waarvoor een onderbouwing nodig was als dit criterium werd gebruikt). Bij emvi was niet alleen de prijs bepalend voor de keuze aan wie de opdracht werd gegund, maar konden ook andere elementen worden meegenomen zoals kwaliteit, duurzaamheid, wijze en tijdstip van uitvoering van de opdracht etc.
In de nieuwe Aanbestedingswet wordt emvi de overkoepelende term voor drie soorten gunningscriteria, namelijk laagste prijs, laagste kosten op basis van kosteneffectiviteit, en beste prijs-kwaliteit verhouding. Het blijft de bedoeling dat het criterium beste prijs-kwaliteit de standaardprocedure is, waardoor bij de andere twee criteria een onderbouwing nodig blijft. Bij het nieuwe criterium laagste kosten kan, naast de prijs, ook rekening gehouden worden met andere factoren zoals levensduur.

Afschaffing 2B diensten

Onder de oude Aanbestedingswet waren vele opdrachten voor diensten (de zgn. 2B diensten) feitelijk uitgesloten van de verplichting tot het volgen van de aanbestedingsprocedures op grond van deze wet, omdat alleen specifiek benoemde diensten (de 2A diensten) moesten worden aanbesteed. In werkelijkheid leidde dit ertoe dat slechts een heel beperkt aantal diensten moest worden aanbesteed. Nu is deze uitzondering op de aanbestedingsplicht voor de 2B diensten verdwenen en zijn alleen met name genoemde diensten uitgezonderd van de volledige werking van de Aanbestedingswet. Dat zijn bijvoorbeeld culturele diensten, bepaalde juridische diensten en horeca diensten. Voor die diensten geldt slechts een beperkt aantal verplichtingen, maar hoeft niet een volledige aanbestedingsprocedure te worden gevoerd. Voor bijna alle

Concessieopdrachten voor diensten

Concessieopdrachten houden in dat de aanbestedende dienst niet (alleen) een bepaald bedrag betaalt, maar de concessiehouder krijgt ook het recht om de betreffende zaak of dienst te exploiteren. Daarbij moet hij ook echt ondernemersrisico lopen. In de nieuwe Aanbestedingswet komt nu één regime voor concessies van werken en voor diensten, waarbij de aanbestedende diensten vrij zijn om de aanbestedingsprocedure naar eigen wens in te vullen.

Grote gevolgen

In dit artikel is slechts een hele kleine opsomming gegeven van de wijzigingen die voortvloeien uit de nieuwe Aanbestedingswet. Deze wet heeft grote gevolgen voor de aanbestedingspraktijk in Nederland, ook al is er geen sprake van een complete verandering.

[1] Dit zijn de zgn. richtlijn concessieopdrachten 2014/23/EU, de richtlijn overheidsopdrachten 2014/24/EU en de richtlijn 2014/25/EU

Deel via:

Over de AUTEUR

Robbert Mahler

advocaat bij Lawyers Alliance en gespecialiseerd in mededinging, aanbesteding, telecom en ondernemingsrecht. Lawyers Alliance biedt juridische ondersteuning op vrijwel alle rechtsgebieden waar een onderneming mee te maken krijgt.

Reageren is niet mogelijk.