Klokkenluiders wet een feit

2

Recent heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel voor de invoering van het Huis voor Klokkenluiders aanvaard. Tijd om de balans op te maken.

In eerdere bijdragen van onder meer ondergetekende en Marina Devid is al aandacht besteed aan het wetsvoorstel. De wet heeft een lange weg afgelegd, al met al bijna 10 jaar. Bij de plenaire behandeling in de Eerste Kamer 1 maart jongstleden, kwamen het initiatiefwetsvoorstel en de novelle voor het Huis voor klokkenluiders in stemming. In het voorafgaand debat is nog gesproken over de uitbreiding van de rechtsbescherming, het benadelingsverbod.

Het benadelingsverbod in de wet ziet primair op personen werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst of aanstelling. De Eerste Kamer heeft in het laatste debat een motie aangenomen om het toepassingsbereik van het benadelingsverbod uit te breiden voor zelfstandigen en anderen die niet in vaste dienst zijn bij de organisatie waar misstanden worden geconstateerd. De regering is daarom verzocht de wet op dit punt aan te passen.

Naar verwachting treedt de wet in werking per 1 juli 2016. Tijd om de balans op te maken en te bezien of de wet in praktijk ook een kans van slagen heeft. Daarover bestaan nogal wat vraagtekens.

Symboolwetgeving

Het is de vraag of bedrijven, overheden en andere organisaties, en niet op de laatste plaats klokkenluiders zelf, echt met deze wet zijn gediend. De wet heeft met een sterk symbolisch karakter. Aan de wensen van de initiatiefnemers is tegemoet gekomen en de kritiek van de oppositie is verwerkt. Er is echter niet voorzien in adequate handhavingsmiddelen. De beoogde gevolgen blijven beperkt. Onbedoeld heeft de wet veel bijwerkingen. Voor bedrijven en organisaties brengt de wet de nodige administratieve lasten mee. Voor de klokkenluiders gelden er nogal wat drempels die geslecht moeten worden voordat hen een beroep op de regeling toekomt.

Klokkenluiders regeling in de kern

Met de nieuwe wet worden bedrijven en organisaties, vanaf 50 medewerkers, verplicht om een interne regeling voor het melden van misstanden op te stellen. De wet ziet op misstanden met een maatschappelijk belang. Dat is een ruim begrip; daaronder wordt onder meer verstaan: bedreiging, bedrog, fraude, corruptie of andere strafbare feiten, aanhoudende intimidatie, structureel mismanagement, discriminatie, gevaarzetting, etc. Het gaat hierbij niet om incidenten of persoonlijke situaties, maar gevallen die meerdere mensen in de organisatie aangaan en de desbetreffende misstanden een structureel karakter hebben.

Een interne regeling voor klokkenluiders moet bevatten:

  • definities van vermoedelijke misstanden
  • de functionariss(en) die een loket bieden voor het melden van een vermoeden van misstanden;
  • hoe de organisatie omgaat met interne meldingen van vermoedelijke misstanden;
  • een verplichting/garantie omtrent de vertrouwelijk behandeling van een melding, indien de medewerker dat verlangt; en
  • de mogelijkheid voor een medewerker om een adviseur in vertrouwen te raadplegen over een vermoedelijk misstand.

Wanneer een klokkenluider volgens de interne regeling niet wordt gehoord, kan deze advies inwinnen bij het Huis voor Klokkenluiders. Daarnaast kan het Huis voor Klokkenluiders zelf onafhankelijk onderzoek doen, aanbevelingen geven om misstanden weg te nemen. Ook de manier waarop een klokkenluider is behandeld kan voorwerp zijn van onderzoek.

Administratieve lasten

Uit het voorgaande volgt al dat de implementatie van de wet voor organisaties en bedrijven een aanzienlijke inspanning vergt. Het Huis voor Klokkenluiders kent een modelregeling, maar bevat nogal wat aanwijzingen omtrent de inrichting van de organisatie die wil overgaan tot invoering van de modelregeling. Een eenvoudige kopie volstaat zeker niet. Het zijn vooral de kleine organisaties die door de wet worden geraakt. De incorporatie en het onderhoud vraagt van hen forse administratieve lasten. Ook wat betreft de rechtsbescherming valt het nodige op te merken.

Rechtsbescherming klokkenluider

Na melding en gedurende de onderzoeken kan een klokkenluider niet worden ontslagen of op andere wijze worden benadeeld in zijn rechtspositie. Deze bescherming geldt zowel gedurende als na de behandeling van de melding. Onder benadeling wordt onder meer verstaan ontslag, overplaatsing (of het weigeren van verzoeken daartoe), het onthouden van salarisverhoging of het afwijzen van verlof.

Om een beroep te kunnen doen op de rechtsbescherming moet de melding voldoen aan een drie eisen.

  1. Er moet sprake zijn van een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden van een misstand
  2. de melding moet ‘te goeder trouw en naar behoren’ zijn gedaan
  3. en de medewerker moet in procedureel en materieel opzicht zorgvuldig hebben gehandeld.

Deze eisen moeten niet te lichtvaardig worden opgevat. Daarmee komt de vraag in beeld of de beoogde doelgroep daadwerkelijk wordt beschermd met het benadelingsverbod? Leidt het benadelingsverbod bij de rechter ook tot meer bescherming van klokkenluiders? Het melden van een misstand leidt al snel tot een verstoorde arbeidsverhouding; Rechters zijn doorgaans niet bereid om een verstoorde arbeidsrelatie in stand te houden. De rechtsbescherming zou daarmee in praktijk een wassen neus kunnen blijken.

En dan is nog niet gesproken over de voorgenomen uitbreiding van de rechtsbescherming voor zelfstandigen en anderen die niet op grond van een arbeidsovereenkomst werkzaam zijn voor een organisatie waar misstanden worden gesignaleerd. In een lopende opdracht is die rechtsbescherming sowieso niet op één lijn te stellen met die van een werknemer, maar ook na afloop is het de vraag of toereikend is. De rechtsbescherming van de klokkenluider die niet op grond van een arbeidsovereenkomst werkzaamheden verricht ligt vooral in de sfeer van de bescherming tegen de schending van contractuele verplichtingen. Wat gebeurt er wanneer het Huis voor Klokkenluiders constateert dat de melding niet geheel voldoet aan de voorwaarden? Is een zelfstandige daarmee vogelvrij?

Benadelingsverbod werkbaar

En dan nog een ander heikel punt. Hoe werkbaar is het benadelingsverbod praktisch gezien? In praktijk zal het moment van melden de spreekwoordelijke druppel zijn. Er moet heel wat gebeuren voordat een klokkenluider de stap zet om onregelmatigheden aan de kaak te stellen, laat staan dat hij daarmee te lichtvoetig mee naar buitenkomt. Die drempel is misschien zelfs nog minder hoog dan de zaken intern aankaarten. Zeker waar het gaat om kleinere organisaties is het lastig om misstanden bespreekbaar te maken. Het gaat immers altijd om directe collega’s. Hierbij wenst de klokkenluider niet dat de goeden lijden onder zijn geweten.

Het persoonlijk afbreukrisico, het eigen belang om de boel bij elkaar te houden en de mogelijke gevolgen en reputatieschade voor de betreffende organisatie en collega’s. Continue speelt voor de klokkenluider het dilemma van integriteit versus collegialiteit. Wordt dat dilemma geslecht met het benadelingsverbod? Het antwoord ligt voor de hand.

De regeling mist zijn doel, de rechtsbescherming is te summier en ondertussen zijn de administratieve lasten van de wet hoog. De vraag is daarmee gerechtvaardigd of het Huis voor Klokkenluiders niet bij voorbaat al een papieren tijger is en zijn doel voorbij schiet.

Deel via:

Over de AUTEUR

Edward Lich

Ondernemer | interim-jurist en manager | focus op legal managment en commerciële contracten | Netwerker en verbinder | Geïnteresseerd in technologische ontwikkelingen en de praktisch toepassing |Volgt trends