Curator en dwangsom: handhaving in een faillissement

0

Ze bestaan nog: de curatoren die er serieus van overtuigd zijn dat ze met alleen een (bijna) éénregelig bezwaarschrift van een dwangsom verlost kunnen worden…

Handhavingsacties bij een failliet bedrijf. Het komt natuurlijk regelmatig voor. Denk bijvoorbeeld aan de (voor bestuursrechtjuristen bekende) uitspraken over Chemie-Pack, Thermphos en Bavin. Het ging daar om overtredingen van milieuwetgeving, waarvoor de curator was aangeschreven als overtreder. Reeds in 1997 immers heeft onze hoogste bestuursrechter al bepaald, dat die curator inderdaad als overtreder kan worden beschouwd, indien er een bijzondere wetsbepaling is die van het faillissementsrecht afwijkt (in dat geval was dat artikel 8.20 Wet milieubeheer). Waarom? Omdat de curator een bijzondere gezagsverhouding heeft tot een inrichting die deel uitmaakt van de boedel.

Curator verantwoordelijk voor naleving

De curator is dus verantwoordelijk voor de naleving van milieuregels die voor het failliete bedrijf gelden.
Anders gezegd: de curator is verantwoordelijk voor de naleving van milieuregels die voor het bedrijf gelden vanaf het moment van faillietverklaring (datum faillissement). Voldoet hij niet aan de last en worden dwangsommen verbeurd, dan zijn deze te beschouwen als boedelschulden. Dat is anders als er al vóór het faillissement dwangsommen waren opgelegd: die verplichtingen waren immers niet aan de curator opgelegd c.q. niet in een periode waarin de curator verantwoordelijkheid had voor de boedel (inclusief de inrichting). En ook als voor de datum van het faillissement al dwangsommen waren verbeurd, leidt dit tot vorderingen die in de failliete boedel vallen (concurrente vorderingen); het bestuursorgaan zal dan vermoedelijk een probleem hebben met het invorderen ervan.

Boedel kan kosten niet dragen

De curator stelde in het bezwaarschrift: “… de boedel is niet in staat om de kosten voor het nemen van maatregelen te dragen…”
Helaas, dat helpt de curator niet. Dat de curator hiermee in feite stelt dat hij onvoldoende financiële middelen heeft om de milieuwetgeving na te leven, houdt nu eenmaal niet in dat het bestuursorgaan hem geen lastgeving onder dwangsom of zelfs onder bestuursdwang op zou mogen leggen. Zelfs niet als pachtovereenkomsten of andere verbintenisrechtelijke kwesties zijn beëindigd vanwege het faillissement. Als het bedrijf in kwestie niet failliet zou zijn geweest, zou het argument ‘we hebben geen geld’ overigens ook totaal geen indruk maken op het bestuursorgaan, laat staan op de bestuursrechter. Ook niet als de curator daarbij stelt dat het opleggen van een dwangsom niet zal leiden tot het ongedaan maken van overtredingen. Dat is wellicht creatief bedacht, maar heeft uiteraard geen enkele juridische waarde.

Wat moet een curator doen tegen de lastgeving onder dwangsom?

Het is dan ook verstandig, dat als een curator een dergelijke lastgeving ontvangt, hij niet gaat doen alsof het hem tóch allemaal niet zal raken, want dat zal namelijk per definitie wel gebeuren, ofwel via de lastgeving zelf ofwel via zijn beroepsaansprakelijkheid in relatie tot de gefailleerde, die hem aansprakelijk zal stellen voor fouten. Het ontslaat hem dus zeker niet van de plicht om ervoor te zorgen dat er geen dwangsommen verbeuren. De curator zal dus bestuursrechtelijke procedures moeten gaan voeren (bijvoorbeeld het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening, parallel aan het indienen van een goed gemotiveerd bezwaarschrift). Hij kan in ieder geval beginnen met een verzoek aan het bestuursorgaan om de begunstigingstermijnen vrijwillig uit te stellen, om een procedure bij de voorzieningenrechter te voorkómen. Mij is dat vaak gelukt, omdat op die manier als vanzelf ruimte ontstaat voor een echte oplossing voor het achterliggende probleem. Uitgangspunt is en blijft dat de curator de enige aanspreekbare entiteit is voor het bestuursorgaan als het gaat om naleving van milieuwetgeving door het failliete bedrijf.

Meer weten? Bel mij eens.

Deel via:

Over de AUTEUR

Minou Woestenenk

Mr. drs. Minou Woestenenk is op 4 juli 2008 bij de Rechtbank Rotterdam beëdigd als advocaat. Zij is de drijvende kracht achter Woestenenk Legal. Minou studeerde af als milieujurist na haar studie rechten aan de Rijks Universiteit Utrecht in 1991. Zij rondde haar doctoraalopleiding Milieuwetenschappen af in 2005 en had haar buluitreiking in het Studiecentrum Rotterdam. Na een loopbaan als bedrijfsadviseur en ambtenaar werd zij in 2008 beëdigd als advocaat te Rotterdam. Daarnaast was zij burgerlid van de commissie Ruimte van de gemeenteraad Zuidplas. In 2013 heeft zij de Grotius Academie met specialisatieopleiding ruimtelijke ordening en milieu afgerond (met genoegen). Tevens was zij steeds werkzaam op de werkgebieden: handhaving, milieu, vastgoed, bouw,omgevingsrecht, omgevingsvergunning, bestuursdwang, toezicht, ruimtelijke ordening, en bestemmingsplannen. De grote passie voor Minou is haar Fiat 500 uit 1966. Menig uurtje brengt zij achter het stuur door van haar rode ‘Fietje’ tijdens toertochten en benefiet ritten.

Woestenenk Legal adviseert en procedeert in zaken als het terrein van handhaving, het omgevingsrecht (waaronder milieurecht en ruimtelijke ordening), subsidies, sociale zekerheid en het grensvlak bestuursrecht en civiel recht (waaronder burenrecht en huurrecht). Woestenenk Legal treedt op voor ondernemingen, overheden, belangengroeperingen en particulieren.

Reageren is niet mogelijk.