Bewaarplicht: nieuwe ronde, nieuwe kansen

0

Vrijdag 30 oktober jongstleden heeft de Ministerraad bekend gemaakt dat zij een nieuw wetsvoorstel voor de herinvoering van de bewaarplicht voor advies aan de Raad van State wil zenden.

De Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens is op 11 maart 2015 buiten werking gesteld door de voorzieningenrechter in Den Haag wegens strijd met artikel 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. [1] Internetproviders zijn sinds 11 maart 2015 niet meer verplicht om deze telecommuncatiegegevens te bewaren.

Het buitenwerking stellen van de wet was een zware tegenslag voor het Openbaar Ministerie. Zij heeft zich dan ook dadelijk bezonnen op maatregelen om de bewaarplicht in stand te kunnen houden. De bewaarplicht voor telecommunicatiegegevens is noodzakelijk voor de opsporing en vervolging van ernstige strafbare feiten. De praktijk laat zien dat verdachten niet onmiddellijk in beeld komen  en de gegevens die noodzakelijk zijn voor het bewijs vaak verband houden met een ruime periode voorgaand aan of nadat een strafbaar feit is gepleegd. Met de bewaarplicht en de in de wet opgenomen termijnen is tot op zekere hoogte gewaarborgd dat telefoon- en internetgegevens ook in een later stadium van het opsporingsonderzoek nog kunnen worden opgevraagd. De bewaarplicht ziet overigens alleen op de verkeersgegevens, niet op de inhoud van gesprekken.

Nieuw voorstel

In het nieuwe voorstel is toestemming nodig van de rechter-commissaris, alvorens een officier van justitie, die gebruik wil maken van de gewenste verkeersgegevens, van een provider inzage kan krijgen in de gewenste gegevens. Deze toets is een extra middel van toezicht en controle op de bewaarplicht en de toegang tot telecommunicatiegegevens, bovenop reeds bestaande middelen. Daarbij gaat het onder meer om de bevoegdheden van het Agentschap Telecom en het College bescherming persoonsgegevens. Om aantasting van de persoonlijke levenssfeer verder te beperken wordt voorgesteld dat een officier van justitie gegevens alleen mag vorderen, als het gaat om een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis mogelijk is. Voorts moet het misdrijf van een zodanige ernst zijn dat deze het opvragen en raadplegen van dergelijke gegevens rechtvaardigt. De beoordeling is aan de rechter-commissaris.Verder wordt voorgesteld dat internetproviders verplicht worden hun gegevens op te slaan en te verwerken binnen de Europese Unie. Het Agentschap Telecom mag de gegevens inzien. Daarmee verbetert het toezicht op de naleving van de regels over beveiliging en bescherming van de bewaarde gegevens.

Met instemming van de ministerraad wordt het wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State gezonden. De tekst van de wet en van het advies van de Raad van State worden openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer.


[1] ECLI:NL:RBDHA:2015:2498

Deel via:

Over de AUTEUR

Edward Lich

Ondernemer | interim-jurist en manager | focus op legal managment en commerciële contracten | Netwerker en verbinder | Geïnteresseerd in technologische ontwikkelingen en de praktisch toepassing |Volgt trends

Reageren is niet mogelijk.