Aanvraag deskundigenoordeel van in het buitenland woonachtige werknemer

0

Op 18 februari 2014 heeft het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch een interessante uitspraak gewezen over de vraag bij welke instantie de zieke werknemer moet zijn als er discussie bestaat over het al dan niet gerechtvaardigd zijn van een door de werkgever getroffen loonmaatregel. Van belang in deze zaak is dat de werknemer in Duitsland woont (het woonland) en in Nederland werkt (het werkland). De vraag die het Gerechtshof heeft beantwoord is of de zieke werknemer kon volstaan met het vragen van een deskundigenoordeel van een Duitse arts, een zogeheten “Arbeitsunfähigkeitsbescheinigung”, of dat de werknemer een deskundigenoordeel van de Nederlandse UWV had moeten vragen.

De Nederlandse regels
Normaal gesproken heeft een zieke werknemer recht op doorbetaling van loon tijdens ziekte en wel gedurende maximaal 104 weken. Een loonmaatregel die de werkgever jegens de werknemer treft, kan bestaan uit een (vaak: tijdelijke) opschorting van het loon of uit een zogeheten stopzetting van het loon. Deze maatregelen kan de werkgever treffen als de werknemer zich, kort gezegd, niet houdt aan de verplichting om mee te werken aan zijn of haar re-integratie.

Een loonmaatregel houdt in dat een zieke werknemer in ieder geval tijdelijk geen loon ontvangt. Indien de zieke werknemer het hiermee niet eens is, dan dient hij eerst een deskundigenoordeel te vragen aan een Nederlandse instantie, te weten UWV. Pas hierna kan de werknemer zijn loonvordering aanhangig maken bij de rechter. Dit is vastgelegd in artikel 7:629a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW).  Indien de werknemer hieraan niet voldoet, dan dient de (Nederlandse) rechter die de vordering van de zieke werknemer behandelt tot doorbetaling van zijn loon, niet-ontvankelijk te verklaren en kan de vordering van de werknemer niet worden behandeld. Kortom: in dat geval krijgt de werknemer nul op het rekest. Op deze regel bestaan enkele uitzonderingen, bijvoorbeeld bij een kort geding, maar dit is in ieder geval de hoofdregel.

Europees recht gaat voor

In zijn uitspraak heeft het Gerechtshof geoordeeld dat toepassing van de regel van artikel 7:629a BW zou inhouden dat de zieke werknemer een deskundigenoordeel in het werkland dient aan te vragen. 1)ECLI:NL:GHSHE:2014:451 Met name 4.6 tot en met 4.10 Het Gerechtshof stelt in zijn uitspraak vast dat dit Nederlandse ontvankelijkheidsvereiste in strijd is met de toepasselijke Europese Coördinatieverordening over de sociale zekerheidsstelsels en de zogeheten basisverordening en toepassingsverordening op dit gebied. Het doel dat met deze Europese bepalingen wordt nagestreefd, is het voorkomen van bewijsmoeilijkheden voor de werknemer en daarmee het tot stand brengen van een zo groot mogelijke vrijheid voor migrerende werknemers. Op grond hiervan mocht de betrokken zieke werknemer volgens het Hof het deskundigenoordeel ook in het werkland (Duitsland) aanvragen. Het feit dat het verslag van de andere deskundige niet conform de Nederlandse eisen is, doet aan het voorgaande niet af. Het vrije verkeer van werknemers zou bij een andersluidende uitleg te veel worden beperkt indien hier (te) hoge eisen aan worden gesteld. Een zieke werknemer dient wel, zij het op afstand, mee te werken aan (controle)voorschriften van de zijde van de werkgever en/of de arbodienst op straffe van opschorting of stopzetting van het loon.

Voetnoten   [ + ]

1. ECLI:NL:GHSHE:2014:451 Met name 4.6 tot en met 4.10
Deel via:

Over de AUTEUR

Attila Tavasszy

Advocaat te Den Haag. Partner voor MKB bedrijven als specialist arbeidsrecht en overige juridische (contractuele) zaken waarmee MKB ondernemers geconfronteerd worden.

Reageren is niet mogelijk.